Posts tonen met het label juridisch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label juridisch. Alle posts tonen

donderdag 4 juni 2015

Súdwest-Fryslân verbiedt ‘schadelijk parkeren'

BOLSWARD - Súdwest-Fryslân wil haar straten en pleinen graag op orde houden en voldoende parkeerruimte bieden.

Daarom verbiedt ze het om spullen die niet zijn bedoeld voor verkeersdoeleinden langer dan drie dagen achtereen te stallen op parkeerterreinen. Het gaat bijvoorbeeld om boottrailers. Dat zou schadelijk zijn voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

Het verbod geldt voor de bebouwde kommen van Bolsward, Hindeloopen, Makkum, Sneek, Stavoren en Workum en het gaat op 1 juni 2015 in.

zondag 5 april 2015

Rechter vindt bijvullen parkeerautomaat niet in orde

Een Amsterdammer die de gemeente te slim af dacht te zijn door in een 10-cent-parkeergebied drie uur achter elkaar een 10-centskaartje te kopen, heeft terecht een parkeerboete ontvangen. Dat oordeelde de rechter vorige week in een rechtszaak die de parkeerder tegen de gemeente had aangespannen.

De Amsterdammer parkeerde zijn auto in de Van Woustraat waar maximaal één uur tegen het tarief van tien cent geparkeerd mag worden. De parkeerder had daarop drie uur achter elkaar een kaartje van tien cent gekocht, maar ontving toch een parkeerboete voor het langer dan één uur parkeren in het gebied.

Volgens de rechter kan na afloop van het eerste uur de parkeerduur niet worden verlengd door een tweede keer tien cent te betalen als er maar één keer geparkeerd is. Dat is namelijk in strijd met de parkeerduurbeperking van de gemeente.

vrijdag 27 maart 2015

Overname parkeerkaartje: naheffingsaanslag

De Rechtbank Gelderland heeft onlangs geoordeeld dat het overnemen van een parkeerkaartje kan leiden tot het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Volgens de rechtbank vormt elk parkeren van een auto een afzonderlijk belastbaar feit. Voor ieder belastbaar feit is parkeerbelasting verschuldigd.

De Gemeentewet biedt gemeenten de mogelijkheid om parkeerbelasting te heffen. Betaling van de verschuldigde belasting gebeurt door middel van voldoening op aangifte. Voor de parkeerbelasting houdt dat in dat bij de aanvang van het parkeren de parkeermeter of parkeerautomaat op de voorgeschreven manier in werking wordt gesteld. Het overnemen van een nog geldig parkeerkaartje van iemand anders betekent dat niet aan de voorschriften voor de betaling van de verschuldigde belasting wordt voldaan. Wanneer de parkeercontroleur dat waarneemt, kan hij een naheffingsaanslag parkeerbelasting opleggen. In de door de rechtbank behandelde casus ging het om een kaartje dat in combinatie met een bezoekersvergunning recht gaf op een verlaagd tarief van € 1 per uur in plaats van een tarief van € 2,50 per uur. Degene die het kaartje over had genomen had geen bezoekersvergunning. Omdat ieder parkeren een afzonderlijk belastbaar feit oplevert, is het gebruik maken van de resterende parkeerduur van een overgenomen parkeerkaartje niet toegestaan. Dat wordt niet anders door het ontbreken van een teruggaafmogelijkheid voor de resterende parkeerduur waarvan geen gebruik gemaakt wordt.

Bron: Acfis

donderdag 29 januari 2015

Kamer is verdeeld over betalen per minuut

Ik schreef er op 15 augustus 2013 al over: "betalen per minuut gaat de parkeerder geld kosten". Dat was naar aanleiding van het wetsvoorstel dat Attje Kuiken van de PvdA indiende om gemeenten te verplichten om het betalen voor parkeren per minuut mogelijk te maken. Ik noemde toen vooral technische argumenten waarom je deze verplichting niet aan gemeentes moet opleggen. Hoe dacht de kamer er over?


Technische argumenten

Het is nagenoeg onmogelijk om een parkeerautomaat in te richten zodat je met centen kunt afrekenen. Dat heeft te maken met de fysieke mogelijkheden om voldoende wisselgeld in de automaat op te slaan. Afrekenen per cent of liever per tien cent heeft meer de voorkeur maar het blijft behelpen. Afrekenen per minuut is alleen goed te regelen als je achteraf afrekent en ook daar zijn parkeerautomaten niet op ontworpen. Wel kun je dankzij belparkeren en in parkeergarages of achter slagbomen achteraf afrekenen en dat is vaak al per minut (of enkele minuten) geregeld.

Politieke argumenten

VVD-kamerlid Bart de Liefde betoogde ten eerste dat het helemaal de taak van de Tweede Kamer niet is om te bedenken hoe gemeentes hun beleid organiseren. Terecht voegde hij daaraan toe, zoals ik ook al in 2013 schreef, dat de exploitatiekosten van parkeren waarschijnlijk toenemen en dat deze direct in rekening worden gebracht bij de parkeerder. Ook de minderopbrengsten door de krappe afronding zouden verdisconteerd worden in hogere tarieven. Daar waren CDA, D66 en de ChristenUnie het mee eens en D66 onderstreepte de autonomie van gemeentes.

De PvdA vindt het nog steeds helemaal niets dat mensen geld betalen voor iets dat ze niet gebruiken en werd daarin gesteund door de SP en GroenLinks. Ik herhaal nog maar eens mijn opmerking uit 2013: een brood kun je ook niet per sneetje afrekenen. Attje Kuiken zei op te komen voor de consumentenbelangen maar vergat even dat een lage prijs per sneetje of per parkeerminuut ook in het belang van de consument is.

VNG onderzoekt de mening

Ondertussen heeft de VNG in de eerste helft van januari een kort onderzoek onder gemeentes uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn hier te vinden. Het belangrijkste resultaat daarvan:
De meerderheid van de gemeenten geeft aan te verwachten dat exploitanten van parkeergarages een eventueel exploitatieverlies als gevolg van betaald parkeren per minuut zullen compenseren door een stijging van de tarieven. Het politieke standpunt bij gemeenten is veelal dat de parkeerexploitatie volledig gedekt moet worden uit de parkeeropbrengsten. Als deze lijn wordt doorgezet, is een tariefsverhoging te verwachten.
Overigens heeft de gemeente Alkmaar in 2013 al betaald parkeren per minuut ingevoerd. Dit heeft inderdaad geleid tot verhoging van de tarieven in de parkeergarages en als gevolg daarvan verhoging van de tarieven van straat parkeren.

woensdag 31 december 2014

Toch BTW-heffing in parkeergarage zonder slagboom

Vanaf 1 januari 2015 worden gemeentelijke parkeergarages en terreinen met uitsluitend kentekenregistratie in de btw-heffing betrokken. Om oneerlijke concurrentie met het bedrijfsleven tegen te gaan, heeft het ministerie van Financiën artikel 3 van de uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 op dit punt aangepast (Staatscourant 2014, nr. 36880). Tot 2015 viel parkeren alleen onder de BTW-heffing als er een fysieke afsluiting zoals een speedgate of slagboom aanwezig was om te waarborgen dat het parkeergeld betaald werd.

De relevante passages uit de uitvoeringsregeling zijn hieronder opgenomen.

Regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 30 december 2014, nr. IZV 2014/715M, tot wijziging van enige uitvoeringsregelingen inzake de fiscaliteit en douane alsmede van de Wet op de accijns


30 december 2014
Nr. IZV 2014/715M

Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken; Directie Internationale Zaken en Verbruiksbelastingen

De Staatssecretaris van Financiën,

Handelende wat artikel 3.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001 betreft in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu;

Handelende wat artikel 13 van de Wet op de loonbelasting 1964 betreft in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op de artikelen 3.13, 3.22, 3.104, 3.133, 5.16a, 5.17f, 6.17 en 6.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, de artikelen 13, 28a, 31a en 32 van de Wet op de loonbelasting 1964, artikel 9 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, artikel 33 van de Successiewet 1956, de artikelen 7, 9 en 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968, de artikelen 4, 9 en 13 van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968, de artikelen 2:1, 6:1, 6:3 en 9:6a van de Algemene douanewet, artikel 3:2 van het Algemeen douanebesluit, de artikelen 36, 37, 40, 63, 64, 71, 71b en 78 van de Wet op de accijns, artikel 14 van de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken in samenhang met artikel 40 van de Wet op de accijns, artikel 10 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, de artikelen 23, 31b, 50, 59, 59a en 71 van de Wet belastingen op milieugrondslag, de artikelen 3, 5b en 8 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 19, 26 en 69 van de Invorderingswet 1990 en artikel 4.8 van de Belastingwet BES;

Besluit:
....

ARTIKEL VI

De Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 wordt als volgt gewijzigd:

A
In artikel 3 wordt ‘fysieke barrière’ vervangen door: fysieke barrière of een registratie bij de in- of uitrit.

B
In artikel 5, onderdeel b, wordt ‘terzake van de verstrekking van het kentekenbewijs’ vervangen door: ter zake van de inschrijving en tenaamstelling van het voertuig in het kentekenregister, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Wegenverkeerswet 1994.

C
Aan artikel 9a wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

et cetera

woensdag 27 augustus 2014

Eindhoven verliest parkeerzaak van Switchpark

EINDHOVEN - De 400 parkeerplaatsen rond Philips Lighting aan de Mathildelaan in Eindhoven mogen als zodanig gebruikt blijven worden, ook al staat het complex leeg en is parkeren daarom strikt genomen in strijd met het bestemmingsplan. Dat is de uitkomst van een rechtszaak die was aangespannen door het beveiligingsbedrijf Parking & Protection dat onder de naam Switchpark het terrein tijdelijk uitbaat.
Toch is Philips Lighting en parkeren vaak wél een goede combinatie
De gemeente Eindhoven had het bedrijf een dwangsom opgelegd van 5000 euro per dag, omdat het parkeren in strijd zou zijn met het bestemmingsplan.

Volgens de voorzieningenrechter heeft de gemeente hier weliswaar gelijk in, maar heeft ze onvoldoende gemotiveerd waarom ze niet heeft mee willen werken aan een vergunning om het parkeren tijdelijk mogelijk te maken. Deze mogelijkheid is expliciet opgenomen in het bestemmingsplan, constateert de rechter.

(Bron: Eindhovens Dagblad)

dinsdag 24 juni 2014

In Rotterdam wordt 40% van de parkeertransacties met een mobieltje betaald

Er is nog een hoop te winnen in de "kleinere" gemeenten als het gaat om de promotie van het betalen voor parkeren met een mobieltje of smartphone. In een stad als Rotterdam wordt met gemak tien keer zo vaak gebruik gemaakt van een mobiele telefoon om te betalen voor parkeren.

Contact met enkele gemeenten tussen de 75.000 en 100.000 inwoners laat zien dat het gebruik daar eerder in de orde van 2,5 tot 5% ligt terwijl met gemak 80% van de parkeerders muntgeld gebruikt om af te rekenen. De overige parkeerders betalen met pin, chip of credit card (dat laatste vooral in parkeergarages). Uit een publicatie in Binnenlands Bestuur blijkt dat "mobiel parkeren" in een grote stad succesvoller is. Het lijkt me een uitdaging voor de providers om eens te laten onderzoeken waarom het gebruik daar zoveel hoger is. Kennelijk is er nog een wereld te winnen.

Ondertussen vernieuwt Rotterdam ook alle automaten en komen er bijna 2500 te vervallen. Ook dat vraagt om een gebruikersonderzoek. In hoeverre zijn parkeerders bereid om te accepteren dat ze een flink eind moeten lopen om parkeergeld te moeten voldoen en wat wordt het alternatief? Toch overschakelen op "mobiel parkeren" of in de pen klimmen om het ongenoegen te uiten?

maandag 2 juni 2014

D66 Breda bezorgd over bezoekersparkeren.

D66 is bezorgd over de privacy van bezoekers in verband met het registreren van hun kenteken wanneer ze gebruik maken van de bezoekerskorting via vergunninghouders. Dat blijkt uit een brief die de partij aan het college van Burgemeester en Wethouders heeft gestuurd.

Lees meer op BredaVandaag.nl

Lees in verband hiermee ook eens het artikel over SMS-Parking

maandag 13 januari 2014

SMS parking hoeft geen gegevens af te staan

SMS Parking hoeft geen parkeergegevens van klanten af te staan aan de Belastingdienst. Er zou dan sprake zijn van ongeoorloofde inbreuk op de privacy. Dat heeft de rechter in Den Bosch bepaald in een kort geding.

Dat is een nederlaag voor de fiscus, die de gegevens graag had gehad om leaserijders te controleren. Werknemers met een auto van de zaak mogen per jaar niet meer dan vijfhonderd privékilometers rijden. Om te controleren of werknemers hun auto niet ten onrechte privé gebruiken, houdt de fiscus leaserijders in de gaten. De fiscus gaat nog wel in hoger beroep.

maandag 22 februari 2010

Jurisprudentie: Aankoop parkeerkaartje bij automaat op ander terrein geen voldoening van de parkeerbelasting

LJN: BK8682, Gerechtshof Arnhem, 22 februari 2010

4.1. In artikel 225, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet is bepaald dat in het kader van parkeerregulering ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze een belasting kan worden geheven.

4.2. Ingevolge artikel 234 van de Gemeentewet wordt parkeerbelasting geheven bij wege van voldoening op aangifte dan wel op andere wijze. Dit artikel bepaalt in het tweede lid, onderdeel a, met betrekking tot de parkeerbelasting verder, voor zover relevant, dat als voldoening op aangifte uitsluitend wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van een parkeermeter of een parkeerautomaat op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

4.3. De Verordening Parkeerbelastingen 2007 van de gemeente Nijmegen (hierna: de Verordening) luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

"Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven:
a. (…)
b. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

(…)

Artikel 7 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen
De aanwijzing van een plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belastingen, bedoeld in artikel 2 mag worden geparkeerd, geschiedt door het college bij openbaar te maken besluit."

4.4. Blijkens de Tarieventabel behorende bij de Verordening Parkeerbelastingen 2007, onder II.A bedraagt het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van die Verordening voor A € 3,50 per dag. Blijkens II.E bedraagt het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur voor zover gelegen buiten de onder punt A tot en met D omschreven gebieden - waartoe ook de a-straat behoort - € 1,20 per uur.

4.5. Het college van de gemeente Nijmegen heeft met inwerkingtreding per 1 oktober 2007 het Uitwerkingsbesluit Parkeren 2007 vastgesteld. Daarin is onder meer het volgende bepaald:

"Artikel 14 Voorschriften voor het in werking stellen van de parkeerapparatuur
1. Bij het in werking stellen van de parkeerapparatuur moeten de aanwijzingen en voorschriften, aangegeven op of bij de parkeerapparatuur, in acht worden genomen. Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op of bij de parkeerapparatuur kennisgegeven.
(…)"

4.6. Met de formulering "met in achtneming van de door het college gestelde voorschriften" in artikel 234, tweede lid, onderdeel a, van de Gemeentewet en met de formulering "De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop (…) mag worden geparkeerd, geschiedt door het college (…)." in artikel 7 van de Verordening, wordt tot uitdrukking gebracht dat, indien voorschriften zijn gesteld ten aanzien van de wijze van voldoening op aangifte, de belastingplichtige naast de betaling van het verschuldigde tarief die voorschriften in acht dient te nemen, wil er sprake zijn van de vereiste voldoening op aangifte. Indien de belastingplichtige dit nalaat, heeft de vereiste voldoening op aangifte niet plaatsgevonden.

4.7. In de zinsnede "bij het in werking stellen van de parkeerapparatuur", zoals opgenomen in artikel 14 van het Uitwerkingsbesluit Parkeren 2007, moet de term "parkeerapparatuur" aldus worden begrepen dat daarmee wordt gedoeld op de parkeerautomaten behorende bij het desbetreffende terrein, in het onderhavige geval het parkeergebied waartoe de a-straat behoort. Nu vaststaat dat belanghebbende voor het voldoen van de belasting ter zake van het parkeren aan de a-straat een parkeerkaart heeft gekocht op het parkeerterrein A, en A niet tot het parkeergebied van de a-straat behoort, heeft belanghebbende met het kopen van een kaart op A niet de belasting voldaan voor het parkeren aan de a-straat (vgl. HR 3 december 2004, nr. 38.407, BNB 2005/79).

4.8. Ingevolge artikel 20 van de AWR kan parkeerbelasting (uitsluitend) worden nageheven indien deze geheel of gedeeltelijk niet is betaald. Nu belanghebbende de door hem verschuldigde parkeerbelasting niet heeft voldaan (zie 4.7.), is naheffing van die belasting op grond van artikel 20 van de AWR toegestaan (vgl. HR 8 januari 1997, nr. 31.657,
BNB 1997/68). Ten overvloede wordt overwogen dat voor de toepassing van dit artikel niet van belang is in hoeverre een belastingplichtige heeft voldaan aan de verplichting tot het doen van aangifte op de wijze als is bepaald in het Uitvoeringsbesluit en is bepaald op of bij de parkeerapparatuur (zie 4.6.).

4.9. Verder is het Hof van oordeel, anders dan belanghebbende heeft betoogd, dat door de bebording ter plaatse (zie 2.6) in redelijkheid geen twijfel kan bestaan over de vraag bij welke parkeerterrein de parkeerautomaat op A behoorde. De naheffingsaanslag kan derhalve in stand blijven.

4.10. Het hoger beroep van de Ambtenaar is gegrond. De uitspraak van de Rechtbank zal worden vernietigd.